In het zachte veld waar de Knoefies wonen, was het de laatste tijd een beetje stiller dan normaal. Iemand werd gemist. Hun grote, pluizige vriend Alpaca was er al een hele tijd niet geweest.

Waar is Alpaca gebleven?

De Knoefies zaten vaak bij elkaar en keken naar de verte.
“Zou hij nog terugkomen?” vroeg er één zacht.
Ze misten zijn warme vacht, zijn rustige stapjes en de spelletjes die ze samen deden.

Een bekende vorm in de verte

Op een heldere dag gebeurde er iets bijzonders.
In de verte verscheen een lange, zachte schaduw.
Eén Knoefie kneep zijn oogjes samen.
“Dat lijkt… Alpaca!”
Langzaam werd de vorm duidelijker.
En toen wisten ze het zeker.

Rennen van blijdschap

De Knoefies begonnen tegelijk te springen en te rennen.
“Alpaca!” riepen ze blij.
Alpaca zag hen ook en versnelde zijn pas.
Zijn zachte voeten tikten vrolijk op de grond terwijl hij dichterbij kwam.

Een warme hereniging

Toen ze elkaar bereikten, stonden ze even stil.
En toen… knuffels!
De Knoefies verdwenen bijna in Alpaca’s dikke, zachte vacht.
“Ik heb jullie gemist,” zei Alpaca rustig.
“Wij jou ook!” riepen ze door elkaar.

Spelen zoals vroeger

Al snel renden ze samen door het veld.
Ze speelden tikkertje, rolden door het gras en lachten zoals vroeger.
Alles voelde weer compleet.
Alsof er een stukje van hun wereld was teruggekomen.

Samen is alles beter

Toen de zon langzaam onderging, lagen de Knoefies tegen Alpaca aan.
Ze waren moe, maar gelukkig.
Ze wisten nu zeker:
wat er ook gebeurt… echte vrienden vinden altijd weer de weg naar elkaar terug.